Kabinet zet in op maatwerk bij maatregelen vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn

Staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken en haar collega Mansveld van Infrastructuur en Milieu zetten bij het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn in op het verkrijgen van een nieuwe derogatie van de Nitraatrichtlijn. Dat meldden zij aan de Twe
Dijksma en Mansveld willen het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn in de eerste plaats richten op het bereiken van een betere kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in de gebieden waar deze nog tekort schieten, door de belasting met stikstof en fosfaat verder terug te dringen. Hiermee willen zij voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Nitraatrichtlijn én de Kaderrichtlijn Water. Daarnaast willen de bewindslieden door het verder verhogen van de mineralenefficiëntie in de Nederlandse landbouw bereiken dat er minder een beroep hoeft te worden gedaan op eindige voorraden schaarse grondstoffen als fosfor en fossiele brandstoffen.

Norm wordt nog niet overal gehaald

De gemiddelde nitraatconcentratie in het ondiepe grondwater van het zandgebied is weliswaar gedaald maar ligt nog ruim boven de Europese streefwaarde van 50 milligram per liter. Deze overschrijding wordt vooral veroorzaakt door de grondwaterkwaliteit in het zuidelijke zandgebied. Ook op een diepte van 5 tot 15 meter is de grondwaterkwaliteit in het oosten van Noord-Brabant en Noord- en Midden-Limburg nog onvoldoende. In het lössgebied in Zuid- Limburg schiet de kwaliteit van het uitspoelingswater nog tekort. Daarnaast voldoet de oppervlaktewaterkwaliteit in regionale wateren verspreid door Nederland op ongeveer 50% van de meetlocaties nog niet aan de lokale kwaliteitsnormen.

Specifieke maatregelen in zand- en lössgebied

Ter verbetering van de grondwaterkwaliteit in het zuidelijke zand- en lössgebied willen Dijksma en Mansveld een maatregelenpakket samenstellen dat zich specifiek op deze gebieden richt en dat mineralenefficiëntie bevordert. Daarbij denken zij bijvoorbeeld aan maatregelen als het stimuleren van het gebruik van bewerkte dierlijke mest met een hogere stikstofwerking, of aan vermindering van stikstofverliezen door afvoer van gewasresten. In 2015 zal er op basis van nog nader te bepalen criteria een evaluatie worden uitgevoerd. Mocht blijken dat er onvoldoende zicht is op het daadwerkelijk verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit voor wat betreft fosfaat, dan zullen de gebruiksnormen voor fosfaat per 2016 worden verlaagd conform de indicatieve normen uit het vierde actieprogrammma.

Praktijkproeven

Er komen twee praktijkproeven waarin verbetering van milieukwaliteit, mineralenefficiëntie en ruimte voor ondernemerschap gecombineerd worden:
-Een proef in de akkerbouwsector in het kleigebied waarin geëxperimenteerd wordt met een vergaande beperking van het gebruik van onbewerkte dierlijke mest in combinatie met meer vrijheid in het gebruik van andere meststoffen.
-Een proef met de Kringloopwijzer in de melkveehouderij: een geborgd managementsysteem op basis waarvan ondernemers met een bedrijfsspecifieke
 fosfaatgebruiksnorm bemesten naar gewasonttrekking. Daarbinnen wordt een korting doorgevoerd voor gronden met een hoge fosfaattoestand en extra ruimte geven voor gronden met een lage fosfaattoestand.

Bij een positieve uitkomst en evaluatie van deze praktijkproeven willen Mansveld en Dijksma deze systemen breder invoeren. Onderdeel van die evaluatie zal – naast het effect op de waterkwaliteit - het vermogen van de sector zijn om adequate private borging vorm te geven.

Maatregelen voor behoud bodemvruchtbaarheid

Met het oog op het bevorderen van het duurzaam voortbrengend vermogen van de bodem en het efficiënt omgaan met mineralen willen de bewindslieden de volgende maatregelen in het vijfde actieprogramma opnemen:
Actualisering van de waardering van de fosfaattoestand van de bodem op basis van nieuwe technieken om de beschikbaarheid van fosfaat voor het gewas en het bufferend vermogen van de bodem te bepalen. Onderzoek hiernaar staat uit.
-Het creëren van een mogelijkheid om bij weers- en plaaggerelateerde calamiteiten tijdelijk en op beperkte schaal af te wijken van de normaal geldende gebruiksnormen en -voorschriften.
-Reparatiebemesting met dierlijke mest mogelijk maken voor alle landbouwgrond.
-Optrekken van de stikstofgebruiksnorm voor enkele gewassen, waaronder grasland op klei, tot het niveau van het bemestingsadvies.
-Een herinterpretatie van de definitie van dierlijke mest in het kader van de Nitraatrichtlijn om onnodige belemmeringen weg te nemen voor technieken waarmee dierlijke mest verwerkt wordt tot een product dat dezelfde eigenschappen heeft als kunstmest. 




 
auteur: Ministerie van EZ; 08-05-2013
« Terug naar het nieuwsoverzicht