Werking mineralenconcentraten lager vanwege amoniumvorm en denitrificatie

De ammoniumvorm van stikstof en denitrificatie van bodemstikstof zijn belangrijke factoren zijn bij de verklaring van de lage werkingscoëfficiënt van stikstof uit mineralenconcentraten. Stikstofimmobilisatie is een minder belangrijke factor. Dat stell
Sleepslang_news_detail
In 2009 en 2010 werden mineralenconcentraten in veldproeven onderzocht op hun stikstofwerking. De mate van de werking van stikstof werd daarbij uitgedrukt in een stikstofwerkingscoëfficiënt die aangeeft welk deel van het totale stikstofgehalte eenzelfde werking heeft als die van kunstmeststikstof in de vorm van kalkammonsalpeter. De werkingscoëfficiënt van mineralenconcentraten bleken lager te zijn dan op basis van hun samenstelling werd verwacht. Dit is toegeschreven aan vier mogelijke oorzaken. Deze zijn:
-de ammoniumvorm van de meststof,
-een verhoogde ammoniakvervluchtiging,
-een verhoogde denitrificatie en
-een verhoogde immobilisatie.

Twee mineralenconcentraten

Gras is in staat om ammoniumstikstof te assimileren, snijbiet prefereert nitraatstikstof. In de potproeven werd de werking van korrelvormige kalkammonsalpeter en vloeibare kunstmeststoffen ammoniumnitraat, ammoniumsulfaat, ammoniumchloride en ureum vergeleken met twee mineralenconcentraten en de varkensdrijfmest waaruit een mineralenconcentraat geproduceerd werd.

Gras

De potproeven wijzen uit dat gras verschilt van snijbiet in de mate en mogelijkheden om ammoniumstikstof te benutten voor drogestofproductie en stikstofopname. Dit verschil hangt af van de grondsoort. Vloeibare stikstofmeststoffen geven bij gras lagere waarden voor werkingscoëfficiënt dan kalkammonsalpeter met uitzondering van vloeibaar ammoniumsulfaat die een hogere waarde geeft. Op zandgrond worden hogere waarden bij de vloeibare stikstofmeststoffen vastgesteld in vergelijking tot die voor kleigrond. Mineralenconcentraat 1 heeft een met de vloeibare stikstofmeststoffen vergelijkbare werkingscoëfficiënt, de werkingscoëfficiënt van mineralenconcentraat 2 en varkensdrijfmest is lager.

Snijbiet

Bij snijbiet op kleigrond geven ammoniumnitraat en ammoniumsulfaat een hogere werkingscoëfficiënt dan kalkammonsalpeter, bij zandgrond is de werkingscoëfficiënt van ammoniumchloride hoger dan van kalkammonsalpeter. Overige meststoffen geven op zand- en kleigrond lagere werkingscoëfficiënten. Mineralenconcentraat 1 met een lager gehalte aan organisch gebonden stikstof en organische stof vergeleken met mineralenconcentraat 2 heeft een werkingscoëfficiënt die vergelijkbaar is met die van vloeibare kunstmeststoffen bij gras. Mineralenconcentraat 2 met een hoger gehalte aan organisch gebonden stikstof en organische stof heeft een lagere waarde voor de werkingscoëfficiënt. Varkensdrijfmest geeft de laagste waarden. Bij kleigrond met snijbiet worden lagere waarden vastgesteld bij de minerale concentraten in vergelijking met de kunstmeststoffen, bij zandgrond is het verschil gering. In het algemeen is de werking van mineralenconcentraat 1 vergelijkbaar.

Verhogen van de denitrificatiesnelheid

Door de aanwezigheid van organische stof in een mineralenconcentraat kan de denitrificatie van nitraat die al in de bodem aanwezig is, tijdelijk worden verhoogd, waardoor de initiële voorraad aan stikstof wordt verlaagd. Het gewas beschikt daardoor over minder stikstof dan bij de referentiemeststof. In een incubatieproef werd door meting de denitrificatiesnelheid onder strikt anaerobe omstandigheden bepaald. Mineralenconcentraten blijken onder deze omstandigheden de denitrificatiesnelheid fors te kunnen verhogen. Een hoger aandeel aan vluchtige vetzuren in de organische stof verhoogt de denitrificatiesnelheid.

Weinig stikstofimmobilisatie

Mineralenconcentraten kunnen mogelijk de immobilisatie van stikstof verhogen waardoor opnieuw de voor het gewas beschikbare hoeveelheid stikstof wordt verlaagd. Dit werd in een incubatieproef onderzocht. Bij bouwland op klei- en zandgrond en in kleigrasland werd geen stikstofimmobilisatie waargenomen. Bij grasland op zandgrond werd bij mineralenconcentraat 2 en kalkammonsalpeter direct na toediening minder stikstof teruggevonden dan was toegediend. Het effect is echter klein waardoor geconcludeerd wordt dat stikstofimmobilisatie niet een verklaring geeft voor de in de veldsituatie vastgestelde lagere stikstofwerkingscoëfficiënten van mineralenconcentraten.

Meer informatie is te vinden in het rapport Stikstofwerking van mineralenconcentraten van Alterra.




bron: Alterra - Wageningen UR; 16-10-2012
auteur: j van Leijsen
« Terug naar het nieuwsoverzicht