Lei voorziet toenemende druk op mestmarkt

LEI - Wageningen UR heeft drie rapporten gepubliceerd in het kader van de Evaluatie Meststoffenwet 2012. In deze rapporten zijn de bevindingen op het gebied van de bemesting en bodemoverschotten, economische aspecten van het mestbeleid en de uitvoering


Het aanbod van mest nam na 2006 verder toe, onder andere door de hogere mineralenproductie. Sinds 2009 neemt het aanbod ook toe vanwege de strengere gebruiksnormen. Dit betekent dat meer mest buiten de Nederlandse landbouw moet worden afgezet. Ook de totale stikstof- en fosfaatproductie nam toe: van 2006 tot en met 2010 met respectievelijk 15,1 kiloton en 6,6 kiloton per jaar. Deze stijging wordt veroorzaakt door zowel een toename van het aantal dieren als een toename in excretie per dier. Uit het onderzoek blijkt dat veel mogelijkheden voor vermindering van excretie per dier, zoals fosfaatarm voer, nog niet worden benut.
Prijzen voor mestafvoer sterk gestegen
De prijzen voor mestafvoer zijn sinds de invoering van het Gebruiksnormenstelstel sterk gestegen. Dit heeft vooral invloed op de concurrentiepositie van de varkenshouderij. Door de grote spreiding in kostprijs tussen bedrijven kent elke sector echter bedrijven met een sterke en een minder sterke concurrentiepositie.


Concurrentiepositie verschillende sectoren
De concurrentiepositie van de melkveehouderij lijkt niet aangetast door de kosten voor het mestbeleid. Bij de pluimveehouderij heeft de verbrandingscentrale te Moerdijk een gunstige invloed op de kosten van mestafzet. Bovendien heeft de Nederlandse pluimveehouderij uitstekende technische resultaten ten opzichte van het buitenland. Dat laatste is bij de varkenshouderij ook zo maar daar bepaalt vooral de slechte financiële positie, deels veroorzaakt door hoge mestafvoerkosten, de concurrentiepositie. Voor alle vergeleken sectoren geldt dat de spreiding in kostprijs tussen bedrijven binnen een land groter is dan de spreiding in gemiddelde kostprijs tussen landen.
Bodemoverschotten fosfaat daalt
De bodemoverschotten voor stikstof en fosfaat daalden vanaf begin jaren negentig door minder bemesting en een efficiënter mineralengebruik als gevolg van mestwetgeving, hogere kunstmestprijzen, innovaties en een veranderende concurrentiepositie. In de rapporten wordt 2006 gebruikt als peilingsjaar. De sterkste daling van de bodemoverschotten vond plaats van 1995 tot 2001, daarna was er voor stikstof meer stabilisatie. Na 2005 daalde het fosfaatbodemoverschot sterk doordat kunstmestfosfaat vanaf toen meetelde voor de mestwetgeving. Het stikstofbodemoverschot voor melkvee steeg na 2005 op veen en klei en daalde op zand. Het fosfaatbodemoverschot daalde overal. Voor akkerbouw daalde het stikstofbodemoverschot na 2005 vrijwel overal maar het steeg op het centraal klei. Het fosfaatbodemoverschot daalde overal.
Zie voor meer informatie de rapporten Uitvoering van de Meststoffenwet, Quick scan economische aspecten van het mestbeleid en Bodemoverschotten op landbouwbedrijven op de website van LEI - Wageningen UR.

bron: Wageningen UR
« Terug naar het nieuwsoverzicht