Werkresultaat bepaalend bij goede mestaanwending

Sleepslang_news_detail
De aanwending van mest is weer begonnen. De toezegging van Bleker om op 1 februari uit te mogen rijden is ingehaald door de winter. Nu de dooi is ingevallen komen er veel vragen binnen over de spelregels voor het uitrijden. In dit document zijn - in afstemming met de NVWA – de belangrijkste bepalingen en regels voor u op een rij gezet.

 Wettelijke basis

De hoeveelheid mest

Gebruiksnormen zijn bepalend voor de hoeveelheid dierlijke mest die mag worden aangewend per hectare en gewassoort. Daarnaast zijn in de Meststoffenwet nog diverse bepalingen opgenomen waarop de NVWA en Dienst Regelingen toezien.

 Aanwenden van mest

Het Besluit gebruik meststoffen (BGM) regelt de voorwaarden die gesteld worden aan het aanwenden van mest. Het hele besluit en met name bijlage 1 zijn essentiële achtergrondinformatie voor iedere ondernemer.

 Werkresultaat telt

Er is geen sprake van voorgeschreven machines, type goedkeuring of certificering van machines. Het werkresultaat bij aanwending telt. Voor de handhaving door de NVWA heeft certificering ook niet veel meerwaarde, omdat je met een ‘goede’ machine nog steeds een slecht werkresultaat kunt behalen, afhankelijk van gebruik.

Het uiteindelijke werkresultaat is mede afhankelijk van:

Lokale omstandigheden: weer, toestand van het perceel, hoogte van het gras, grondsoort

Gebruikte mest: soort mest, dikte, mestgift per hectare etc.

Machine: soort bemester, afstelling van die bemester.

De chauffeur speelt uiteindelijk een cruciale rol in het geheel. Voor het correct emissiearm aanwenden van mest zijn bovenstaande factoren van invloed. Met een verkeerde machine of een machine die verkeerd is afgesteld, is het niet mogelijk om te voldoen aan het voorgeschreven werkresultaat. Denk hierbij ook aan onderhoud van de machine en het tijdig vervangen van versleten onderdelen. Ook de weersomstandigheden kunnen zo zijn dat aanwenden van mest niet verantwoord is.

 Afstelling en constructie van de machine

Met name op de kopakkers komt het voor dat het werkresultaat onvoldoende is. De NVWA kan niet eisen dat de machines voorzien zijn van ‘afsluiters’ maar in praktijk blijkt vaak dat juist machines die niet zijn uitgerust met deze afsluiters een slechter werkresultaat laten zien op de kopakker. Zo laat men vaak de mest niet uitdruppelen maar wordt er met een opgetilde machine doorgereden terwijl de mest (langzaam) blijft doorlopen. Dit is echter niet toegestaan en hiertegen treedt de NVWA ook op. Bij gebruik van een machine waarbij de mest op de grond tussen het gras wordt gelegd mogen de strookjes elkaar niet overlappen. Wanneer de verplichting geldt om de mest in de grond te brengen, is de juiste afstelling van de machine van belang. Er moet dan voldoende druk op de machine gezet kunnen worden zodat de kouters ook daadwerkelijk een sleuf in de grond maken. Bij brede machines komt het voor dat op de uiteinden onvoldoende druk gezet kan worden zodat er niet of nauwelijks een sleufje gemaakt wordt. Bij de constructie van de machine maar ook bij de afstelling hiervan gaat het erom dat alle uitstroomopeningen goed bodemvolgend zijn en als er sleufjes gemaakt worden dat de mest in de sleufjes terecht komt. Daarnaast gaat het bij de afstelling ook om de hoeveelheid mest die per hectare gegeven gaat worden. Vragen als “past die hoeveelheid wel in de sleufjes”, “is de werkbreedte van de machine wel in overeenstemming met de beschikbare trekkracht, bodemdruk en de mate waarin de mest in de grond moet komen” moeten dan ook van tevoren gesteld worden en niet achteraf in het veld.

 Beoordeling

Bij de beoordeling door de NVWA-inspecteur wordt overigens rekening gehouden met het feit dat in de wielsporen de mest wel eens wat uit de sleufjes kan lopen. Ook wordt er rekening gehouden met het feit dat bij het in en uit de grond halen van de machine er wat mest naast de sleufjes komt en dat het resultaat op de kopakker wat minder kan zijn.

Het is echter beslist niet toegestaan als de mest gewoon blijft doorlopen als er gedraaid wordt op de kopakker waarbij de machine boven de grond wordt gehouden.

 Optillen machine bij sleepslang

Wanneer er bemest wordt met een ‘sleepslang’ (officieel aanvoer via slang) staat de NVWA toe dat de machine even opgetild wordt om ‘dwars’ over de aanvoerslang te gaan. Het moet hierbij slechts gaan over enkele meters. Het is echter niet toegestaan om de machine boven de slang te houden als die in de lengte van de werkgang ligt. Een optie is dan om de aanvoerslang om te leggen.

 Aanscherping op zand- en lössgrond m.i.v. 2012

Per 1 januari 2012 is het op grasland op de zand- en lössgronden alleen nog toegestaan om de mest direct in de grond te brengen. Het is dus niet meer toegestaan om met een sleepvoet te bemesten waarbij de mest op de grond wordt gebracht. Het is ook niet meer toegestaan om de mest nog (deels, middels een vrij ondiep sleufje) op de grond, tussen het gras, aan te wenden. Hier wordt de komende tijd door de NVWA uitdrukkelijk aandacht aan besteed tijdens de controles.

 Vaste mest op bouwland

Het aanwenden van mest op bouwland dient ook emissiearm te gebeuren. Mest moet in maximaal twee direct opeenvolgende werkgangen op het grondoppervlak worden gebracht en ondergewerkt.

 Boetes en randvoorwaardekortingen

De ondernemer en loonwerker zijn allebei betrokken bij het aanwenden van de mest. Indien de ondernemer alleen als opdrachtgever fungeert en de loonwerker uitvoert, wil dat niet zeggen dat de ondernemer bij een geconstateerde overtreding gevrijwaard is. De ondernemer blijft te allen tijde verantwoordelijk voor hetgeen onder zijn supervisie gebeurt. In de praktijk komen er twee typen afdoeningstrajecten voor deze overtredingen, die niet als ‘dubbel straffen’ gezien worden:

 Strafrecht

De NVWA, politie en overige bevoegde ambtenaren (bijvoorbeeld BOA's werkzaam bij waterschap of provincie) zijn bevoegd bij de handhaving van het Besluit gebruik meststoffen. Wanneer een controlerend ambtenaar vaststelt dat het BGM is overtreden, kan ter plekke besloten worden een waarschuwing te geven, danwel een Proces Verbaal (PV) op te maken. Bij een procesverbaal kan in het uiterste geval zowel de chauffeur, de loonwerker als de ondernemer worden beboet. Indien er een niet-naleving wordt vastgesteld, is er een verplichting om dit door te geven aan Dienst Regelingen, in verband met het bestuursrecht.

Bij twijfel of discussie, zorg dat er gesproken wordt over het vervolgtraject. Maak desnoods zelf foto’s van het werkresultaat en leg feitelijke omstandigheden voor uzelf vast als u later bezwaar wilt maken.

Bestuursrecht:

Op het niet-emissiearm aanwenden van mest is een korting op de Bedrijfstoeslag mogelijk. Het gaat hier om een randvoorwaardenkorting, waarbij kortingspercentages tot 20% (let op bij recidive kan dit oplopen tot 100%) opgelegd kunnen worden. Dienst Regelingen krijgt bij een geconstateerde overtreding (zie strafrecht) bericht (ook andere handhavers moeten dit melden wat loopt via de NVWA). Het controlerapport wordt gebruikt als basis voor het eventueel opleggen van een korting. Het is mogelijk om bezwaar te maken tegen een kortingsbesluit.

Bedenk wel dat u daarbij eerst ook bezwaar dient te maken tegen de boete. Als u het schikkingsvoorstel voor een Proces Verbaal hebt geaccepteerd hebt u weinig basis voor een bezwaar op een kortingsbesluit. Laat u in deze gevallen bij voorkeur adviseren door een jurist, of vraag het Informatiecentrum van LTO Noord om meer informatie.

Iedere specifieke situatie (lees werkresultaat) is uniek waar het gaat om omstandigheden, weer en bodemgesteldheid, gebruik van techniek, chauffeur en ondernemer. Daarom is dit document bedoeld voor het ondersteunen van beslissingen of u wel of niet conform de wetgeving emissiearm aan het bemesten bent, het is geen vrijbrief.



 














 

bron: LTO Noord
auteur: nieuwsgrazer
« Terug naar het nieuwsoverzicht